Ik ben een West-Vloamse. Een echte. Van Tielt. Hoewel ik ondertussen al bijna 14 jaar in Lochristi in Oost-Vlaanderen woon, verloochen ik mijn roots niet en houd ik vast aan tradities. Een van die tradities waaraan ik niet wil ontkomen, da’s die van de klaaskoeken met Sinterklaas.

Op 5 december, of die dag nu tijdens de week of in het weekend valt, warm ik mijn oven op om West-Vlaamse klaaskoeken te bakken, ook wel klaaspeirden of mantepeirden genoemd. Ik eet ze helemaal ‘volgens de regels van de kunst’, nl. met een flinke lik goeie boter én een warme chocolademelk. We kijken niet op een calorietje meer die dag.

De echte Klaaskoeken
De echte Klaaskoeken

Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje

Klaaskoeken zijn eigenlijk geen echte koeken, zoals de naam - foutief - laat vermoeden. En wie denkt dat er speculaas aan te pas komt, heeft het ook al verkeerd voor. West-Vlaamse klaaskoeken, een traditie die trouwens gedeeld wordt met het aanpalende Henegouwen en Frans-Vlaanderen, zijn eigenlijk een soort kleine gesuikerde sandwichachtige broodjes. Oorspronkelijk waren het grote koeken van een paard, een sint,… die enkel op 6 december gebakken werden. Je betaalde de lekkernijen per kilogram. Anno 2016 zijn de vormen vaak kleiner en bakt de warme bakker ze al vanaf september tot eind december. En ook rond Pasen heb ik ze al zien opduiken… De enige constante: de klaaskoeken koop je nog steeds per gewicht.

Heiligschennis!

Er zijn bakkers of huisvrouwen die wel eens rozijnen, chocoladeparels of parelsuiker,… door het deeg durven draaien, maar da’s heiligschennis. En dat willen we de heilige man op zijn leeftijd niet meer aandoen, toch? Je kan hooguit 2 rozijnen of chocoladeparels als ogen voor de lieve Sint gebruiken. Zo kan hij met een goedkeurend oog toekijken hoe jij en je (klein)kinderen een hap van zijn mijter nemen.

Zelf aan de slag? Het recept voor de echte Klaaskoeken vind je hier.