Tiramisu is een echte klassieker op de Italiaanse dessertkaart. Sappige biscuit of koekjes gedrenkt in koffie met amaretto, romige mascarponecrème en een rijkelijke laag cacao maken dit dessert zo geliefd. Maar waar komt het nu vandaan?

Heerlijke tiramisu in glaasjes

Tiramisu is een vrij modern gerecht dat pas in 1971 op de kaart gezet werd. Het werd uitgevonden door Carlo Campeol uit Treviso, een stad gelegen in de Noord-Italiaanse regio Veneto. Tiramisu of ‘tira mi su’ betekent letterlijk ‘trek mij omhoog’ of ‘pep me op’. De smaak van de romige mascarponecrème, sappige koekjes of biscuit en een laagje cacao is dan ook de perfecte afsluiter voor elk diner. Om vrolijk van te worden.

Wij kennen tiramisu met een laagje ‘boudoirekes’ of lange vingers maar in het originele Italiaanse recept worden plakken biscuitcake gebruikt. Elke familie heeft zo z’n eigen tiramisu-recept. Typisch Vlaams? Maak eens tiramisu met speculaas!

Tiramisu voor 4 personen

Ingrediënten

  • 20 lange vingers, of speculaasjes voor op z'n Vlaams
  • 250 g mascarpone
  • 2 eieren, gesplitst
  • 50 ml koffie
  • 1 el amaretto
  • 100 g suiker
  • 3 el cacaopoeder, gezeefd
  • 4 cocktailkersjes
  • 1 snufje zout

Bereiding

 

  1. Klop de eidooiers wit-schuimig met de suiker. Doe er de mascarpone en de amaretto bij. Klop tot een gladde crème.
  2. Klop de eiwitten stijf met een snufje zout. Spatel ze voorzichtig onder de mascarponecrème. Zorg dat het geheel luchtig blijft.
  3. Breek de koekjes in stukken. Verdeel de helft van de koekjes over de glaasjes. Besprenkel met de koffie en schep er dan een laagje mascarponecrème over. Dek af met een tweede laag koekjes en schep daarop de rest van de crème.
  4. Zet de glaasjes in de koelkast en laat 1 uur opstijven.
  5. Werk de glaasjes tiramisu af met de cacaopoeder. Leg er een cocktailkersje op en serveer.